Thai Bankaew Dog FCI

Thai Bankaew Dog FCI

FCI-Standaard N°358

THAI BANGKAEW DOG

LAND VAN OORSPRONG: Thailand

DATUM VAN EERSTE PUBLICATIE14-04-2011

GEBRUIK: Gezelschapshond.

FCI CLASSIFICATIE:
Groep 5 – Spitsen en oertypen
Sectie 5 – Aziatische spitsen en verwante rassen zonder werkproef

KORTE HISTORISCHE SAMENVATTING:
De Thai Bangkaew Dog is een oud ras dat zijn oorsprong heeft in het dorp Bangkaew, in het Thanang-ngam gebied in het Bang-rakam district van de provincie Phitsanulok in Thailand. Het hedendaagse ras is van oorsprong een kruising tussen de zwart-witte inheemse teef van de locale Buddhistische abt en een nu uitgestorven wilde hond.

In 1957, is door selectieve fok uit enkele nesten het hedendaagse ras na generaties ontstaan. De Thai Bangkaew Dog wordt gezien als een kostbaar erfgoed van de provincie Phitsanulok en wordt ook in de hele provincie veelvuldig gefokt. Inmiddels is het ras zo beroemd geworden dat ze nu in alle gebieden van Thailand worden gefokt.

ALGEMEEN UITERLIJK:
De Thai Bangkaew Dog heeft een vierkante bouw, is goed geproportioneerd, nooit laag op de poten, met een tamelijk brede en diepe borst. Het heeft een dubbele vacht, die een kraag rond de nek en schouders behoort te vormen, met een pluimstaart, meer geprononceerd in reuen dan teven. De reuen zijn krachtiger van bot dan de teven.

BELANGRIJKE VERHOUDINGEN:
Lengte van het lichaam/schofthoogte = 1 : 1
Lengte van de poten iets langer dan de diepte van  borst.

GEDRAG / TEMPERAMENT:
Alert, intelligent, loyaal, waaks en gehoorzaam. Het ras is makkelijk te trainen. Ze kunnen wat terughoudend naar onbekenden zijn.

HOOFD:
CRANIAAL STREEK:
Schedel: De schedel is wigvormig, tamelijk breed, maar niet grof en in verhouding tot het lichaam.
Stop: Duidelijk gedefinieerd, maar gematigd.
Neus: Zwart en in verhouding tot de snuit.
Snuit: Van middellange lengte, breed aan de basis en spitser toelopend naar de neus. De nasaalbrug behoort recht te zijn.
Lippen: Strak aansluitend met donkere en volledige pigmentatie.
Kaken/Gebit: Boven en onderkaak zijn sterk met een volledig gebit. Schaargebit. Een tanggebit wordt getolereerd.
Ogen: Gemiddelde formaat, amandelvormig. De kleur moet zwart of donker bruin zijn.
Oren: Klein, in verhouding tot de schedel, tamelijk hoog geplaatst, maar niet te dicht naast elkaar, driehoekig met de uiteinden licht gepunt, opstaand en iets naar voren gericht.

NEK:
Krachtig, gespierd, soepel overgaand in de schouders, trotse houding.

LICHAAM:
Rug: In profiel bekeken, recht en vlak.
Lendenen: Krachtig en breed.
Kruis: Matig hellend.
Borst: Tamelijk breed en diep, reikend tot de ellebogen. De ribben zijn goed gewelfd, maar nooit tonvormig.
Onderlijn: De buik is weinig opgetrokken.

STAART:
Matig lang, goed gevederd, dik aan de basis, goed geplaatst en gedragen met  matige omhooggaande bocht over de rug.

LEDEMATEN:
VOORHAND:
Schouder:Matig gehoekt en goed bespierd.
Bovenarm: In balans met de schouderhoek.
Onderarm: Recht en krachtig, parallel van voren gezien.
Pols: Kort, licht hellend.
Voorvoeten: Rond, gebogen en compact.

ACHTERHAND:
Dijen: Hoeking in balans met die van de voorhand, krachtig en goed gespierd.
Knie: Goed gehoekt.
Hakken: Krachtig en laagstaand.
Middenvoet: Van achter gezien, loodrecht op de grond.
Achtervoeten:  Net als voorvoeten.

GANGWERK:
Flexibele en krachtige beweging, goed uitgrijpend en stuwend, maar nooit overdreven, de rug rechthoudend met een trotse houding van hoofd en staart. Voor en achterpoten parallel, naar binnen neigend bij hogere snelheid.

VACHT:
Haar: Dubbele vacht. Dekhaar is recht en hard, de ondervacht zacht en dicht. Matig lang op lichaam, langer rond nek en schouders, een kraag vormend die meer uitgesproken is bij de reuen dan teven. De achterkant van de voorpoten zijn bedekt met bevedering die afnemen naar de pols toe. De achterkant van de achterpoten zijn bedekt met lang haar tot aan de hakken. De vacht mag nooit zo lang worden dat hij de lichaamsvorm verdoezeld. De vacht is kort op de kop en aan de voorkant van de poten.

Kleur: Wit met goed gedefinieerde vlekken. Vaak in elke tint van ‘citroen’, rood, fawn, bruin of grijs, met of zonder zwarte haar tippen, tot gelijkend op driekleur. Ook in wit met zwarte vlekken.
Elke vorm en verdeling van de vlekken zijn toegestaan, maar symmetrisch op het hoofd, de ogen en oren omsluitend heeft de voorkeur, met of zonder donker masker, bij voorkeur met wit om de snuit. Lichte tik in het wit is toegestaan in een anders uitstekend exemplaar.

AFMETING:
De ideale schofthoogtes zijn:
Reuen: minimaal 46 cm, maximaal 55 cm.
Teven: minimaal 41 cm, maximaal 50 cm.

FOUTEN:
Elke afwijking van voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd, hoezeer de fout meeweegt moet in verhouding staan tot de ernst van de afwijking en hoe deze de gezondheid en het welzijn van de hond beïnvloedt.

  • Te brede snuit.
  • Licht gekleurde neus.
  • Grote, ronde ogen.
  • Licht gekleurde ogen.
  • Grote oren.
  • Ronde rug.
  • Holle rug.
  • Staart te strak tegen de rug gedragen.
  • Een staart die opzij valt.
  • Te weinig kraag of bevedering aan de voor en achterpoten
  • Peddelende of golvende beweging.
  • Te groot of te klein.

ERNSTIGE FOUTEN:

  • Meer dan drie missende tanden.
  • Volledig witte vacht of enkel met wat tikken.

DISKWALIFICEERENDE FOUTEN:

  • Agressieve of angstige honden.
  • Elke hond die duidelijke fysieke of gedragsafwijkingen aantoont zal worden gediskwalificeerd.
  • Onder of overbeet.
  • Hangende oren.
  • Natuurlijke stomp staart.
  • Krul of knikstaart.
  • Korte of gladde vacht.
  • Effen gekleurde vacht met minimale witte aftekeningen.

N.B.

  • Reuen behoren twee normaal gevormde, ingedaalde testikels te hebben.
  • Alleen functioneel en klinisch gezonde honden met typische ras conformatie zouden voor de fok gebruikt mogen worden.