Thai Ridgeback / Rasstandaard

Thai Ridgeback / Rasstandaard

FCI-Standaard nummer 338

THAI RIDGEBACK DOG

LAND VAN OORSPRONG: Thailand

DATUM VAN EERSTE PUBLICATIE: 26 mei 2003

GEBRUIK: jacht- en gezelschapshond

FCI CLASSIFICATIE:
Groep 5 – Spitsen en oertypen
Sectie 7 – Primitief type jachthond zonder werkproef

KORTE HISTORISCHE SAMENVATTING
De Thai Ridgeback is een oud ras dat gevonden kan worden in archeologische documenten in Thailand die zo’n 360 jaar geleden zijn geschreven. Het ras werd voornamelijk gebruikt voor de jacht in oost Thailand. De bevolking gebruikte ze ook om hun karren te begeleiden als waakhond. De reden dat het ras het oorspronkelijke uiterlijk al zo lang heeft weten te behouden komt door de slechte transport infrastructuur in dat deel van Thailand; het ras had weinig kansen te mengen met andere rassen.

ALGEMEEN UITERLIJK:
Een hond van gemiddelde grootte met een korte vacht met een ridge op de rug. Het lichaam is iets langer dan de schofthoogte. De spieren zijn goed ontwikkeld en de anatomische structuur is gepast voor activiteiten.

BELANGRIJKE VERHOUDINGEN:
Lengte van het lichaam : schofthoogte = 11 : 10
Diepte van de borst : schofthoogte = 1 : 2

GEDRAG / TEMPERAMENT:
Taai en actief met uitmuntende bekwaamheid in springen. Een loyale familiehond

HOOFD:
Schedel: De schedel is vlak tussen de oren, maar enigzins van opzij gezien.
Voorhoofd: Plooien tussen de oren wanneer de hond aandachtig is.
Stop: Gematigd, maar duidelijk aangegeven.
Neus: Zwart, bij blauwe honden is deze blauw.
Neusbrug: Recht en lang.
Snuit: Wigvormig, iets korter dan de schedel.
Lippen: Aansluitend met goede pigmentering.
Mond: Zwarte markeringen op de tong zijn gewenst.
Kaken: Boven- en onderkaak zijn sterk.
Gebit: Wit en krachtig, scharend.
Ogen: Amandelvormig en van gemiddelde grootte. De kleur is donker bruin, bij blauwe honden is amderkleurig toegestaan.
Oren: Aan de zijkant van de schedel geplaatst, gemiddelde groote, driehoekig, naar voren hellend en opstaand. Niet gecoupeerd.

NEK:
Gemiddelde lengte, krachtig, gespierd, licht gebogen en het hoofd hoog houdend.

LICHAAM:
Rug: Krachtig en recht.
Lendenen: Krachtig en breed.
Kruis: Matig hellend.
Borst: Diep genoeg om tot de ellebogen te reiken. De ribben zijn goed gebogen, maar niet tonvormig.
Onderlijn: De buik is goed opgetrokken.

STAART:
Dik aan de basis en geleidelijk spits toelopend naar het einde. De staart rijkt tot de hakken. Licht gebogen, rechtop gedragen.

LEDEMATEN:
VOORHAND:
Schouder: Goed gehoekt.
Voorpoot: Recht.
Pols: Van voren gezien recht, van opzij licht hellend.
Voeten: Ovaal.
Nagels: Zwart, maar kan lichter zijn al naar gelang de vachtkleur.

ACHTERHAND:
Dijen: Goed ontwikkeld met goed gehoekte knieën.
Hakken: Krachtig en laagstaand.
Middenvoet: Recht en parallel van achter gezien.
Voeten: Ovaal.

GANGWERK:
Reikende gang, met minimale beweging van het lichaam. Parallele gang bij normale snelheid. Van voren gezien bewegen de voorpoten recht op en neer, zodat schouder, elleboog en pols ongeveer op één lijn liggen. Van achter gezien liggen heup en knie ongeveer op één lijn. Beweging in een rechte lijn zonder de voeten naar binnen of buiten te bewegen, zodat de tred lang en de voortstuwing krachtig is. De algemene indruk van een lopende hond is vloeiend met een goed gebalanceerd ritme.

VACHT:
Haar: Kort en glad. De ridge op de rug wordt gevormd door haar dat in tegengestelde richting ten opzichte van de rest van de vacht groeit. Hij moet duidelijk te onderscheiden zijn van de rest van de vacht. Verschillende vormen en lengtes van de ridge zijn toegestaan, maar hij moet wel symetrisch aan beide zijden van de ruggengraat zijn en binnen de breedte van de rug vallen. Kronen aan de kop van de ridge zijn acceptabel.

Kleur: Effen kleur; Rood, Zwart, Blauw en Isabella. Een zwart masker is gewenst bij rode honden.

Huid: Zacht, fijn en strak. Geen huidkwab aan de hals.

AFMETING:
De ideale schofthoogtes zijn:
Reuen: 56 – 61 cm (22 – 24 inches)
Teven: 51 – 56 cm (20 – 22 inches)
Er is een tolerantie van plus of minus 2,5 cm (1 inch)

FOUTEN:
Elke afwijking van voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd, hoezeer de fout meeweegt moet in verhouding staan tot de ernst van de afwijking en hoe deze de gezondheid en het welzijn van de hond beïnvloedt.

  • Elk gebit anders dan een schaargebit.
  • Een asymetrische ridge.

DISKWALIFICERENDE FOUTEN:

  • Agressieve of angstige honden.
  • Elke hond die fysieke of gedragsafwijkingen laat zien zal worden gediskwalificeerd.
  • Honden zonder ridge.
  • Lang haar.

N.B.

  • Reuen behoren twee normaal gevormde, ingedaalde testikels te hebben.
  • Enkel goed functionerende en klinisch gezonde honden die aan de rasstandaard voldoen zouden voor de fok gebruikt mogen worden.