T R C N

De Thai Ridgeback Dog

Omschrijving van het ras

De Thai Ridgeback is een zeer oud ras dat reeds beschreven wordt in geschriften in Thailand van 350 jaar geleden. Waarschijnlijk bestaat dit ras al meer dan 400 jaar in oostelijk Siam, nabij de grens met Cambodja. Waar het ras nu precies vandaan komt is niet helemaal duidelijk. Op Phu Quoc, een eiland in de Golf van Siam kwamen westerse hondenliefhebbers in 19e eeuw het eerst in aanraking met honden met een ridge op de rug. Uit onderzoek is toen geconcludeerd dat de oorsprong van de ridge waarschijnlijk in Thailand ligt, aangezien daar de honden met de langste ridges en meeste kruinen werden gevonden.

In de hele regio van oost Thailand, Cambodja en Vietnam kunnen honden met een ridge gevonden worden en natuurlijk in Zimbabwe (Rhodesië) in Afrika. Uit genetisch onderzoek is gebleken dat de Aziatische en Afrikaanse honden een gemeenschappelijke voorouder hebben die ze de ridge heeft gegeven, maar waar die heeft geleefd zal altijd een mysterie blijven. De Thai Ridgeback en Rhodesian Ridgeback zijn voorlopig de enige erkende rassen, maar in Vietnam wordt hard gewerkt om de Phu Quoc Ridgeback geregistreerd te krijgen en in Cambodja heeft iemand het plan opgevat om daar van honden met langer haar en een ridge de Cambodian Razorback te creëren.

Grottekening uit Thailand met daarop een hond.

De Thai Ridgeback is een paria-type hond van gemiddelde grootte, met een wigvormig hoofd, driehoekige, opstaande oren en een zeer korte, gladde vacht. Ze hebben een duidelijke ridge op de rug, bestaande uit een baan haar dat in de tegengestelde richting groeit, van ongeveer net achter de schouderbladen tot aan de heupen. Zo nu en dan worden er pups geboren waarbij de ridge ontbreekt. Dit ras heeft een atletische bouw en is dan ook zeer lenig en bewegelijk. De staart wordt in een liche boog omhoog gedragen. De geaccepteerde kleuren zijn effen rood, zwart, isabella en blauw, waarbij de rode honden een zwart masker mogen hebben. Er zijn ook witte en brindle honden, maar die kleuren zijn niet geaccepteerd.

Het is een intelligent ras, met veel energie. Veelal rustig midden op de dag, met actiever periodes in de ochtend en avond. Goed gesocialiseerde honden zijn enthousiaste, loyale huishonden. Vertrouwd naar de leden van het gezin, maar terughoudend naar onbekenden. Het zijn waakse honden, doorgaans niet bijzonder luidruchtig, maar ze laten zich wel horen als ze menen dat er iets niet in de haak is. Ze gedijen het beste bij een consistente opvoeding met duidelijke grenzen, maar een geduldige, liefdevolle aanpak. Door hun achtergrond hebben ze een zeer onafhankelijke geest, veel van hun oorspronkelijke instincten en drijfveren zijn nog aanwezig; met name het jachtinstinct is duidelijk aanwezig. Daarom is dit ras ook niet aangeraden voor een beginnende liefhebber.

De rasstandaard

FCI rasstandaard, nummer 338, datum van eerste publicatie: 26 mei 2003

Land van oorsprong: Thailand

Gebruik: jacht- en gezelschapshond.

FCI classificatie:

Groep 5 - Spitsen en oertypen
Sectie 7 - Primitief type jachthond zonder werkproef

Korte historische samenvatting:

De Thai Ridgeback is een oud ras dat gevonden kan worden in archeologische documenten in Thailand die zo'n 360 jaar geleden zijn geschreven. Het ras werd voornamelijk gebruikt voor de jacht in oost Thailand. De bevolking gebruikte ze ook om hun karren te begeleiden als waakhond. De reden dat het ras het oorspronkelijke uiterlijk al zo lang heeft weten te behouden komt door de slechte transport infrastructuur in dat deel van Thailand; het ras had weinig kansen te mengen met andere rassen.

Algemeen uiterlijk:

Een hond van gemiddelde grootte met een korte vacht met een ridge op de rug. Het lichaam is iets langer dan de schofthoogte. De spieren zijn goed ontwikkeld en de anatomische structuur is gepast voor activiteiten.

Belangrijke verhoudingen:

Lengte van het lichaam : schofthoogte = 11 : 10
Diepte van de borst : schofthoogte = 1 : 2

Gedrag / Temperament:

Taai en actief met uitmuntende bekwaamheid in springen. Een loyale familiehond

Hoofd:

Schedel: De schedel is vlak tussen de oren, maar enigzins van opzij gezien.
Voorhoofd: Plooien tussen de oren wanneer de hond aandachtig is.
Stop: Gematigd, maar duidelijk aangegeven.
Neus: Zwart, bij blauwe honden is deze blauw.
Neusbrug: Recht en lang.
Snuit: Wigvormig, iets korter dan de schedel.
Lippen: Aansluitend met goede pigmentering.
Mond: Zwarte markeringen op de tong zijn gewenst.
Kaken: Boven- en onderkaak zijn sterk.
Gebit: Wit en krachtig, scharend.
Ogen: Amandelvormig en van gemiddelde grootte. De kleur is donker bruin, bij blauwe honden is amderkleurig toegestaan.
Oren: Aan de zijkant van de schedel geplaatst, gemiddelde groote, driehoekig, naar voren hellend en opstaand. Niet gecoupeerd.
Nek: Gemiddelde lengte, krachtig, gespierd, licht gebogen en het hoofd hoog houdend.

Lichaam:

Rug: Krachtig en recht.
Lendenen: Krachtig en breed.
Kruis: Matig hellend.
Borst: Diep genoeg om tot de ellebogen te reiken. De ribben zijn goed gebogen, maar niet tonvormig.
Onderlijn: De buik is goed opgetrokken.
Staart: Dik aan de basis en geleidelijk spits toelopend naar het einde. De staart rijkt tot de hakken. Licht gebogen, rechtop gedragen.

Ledematen:

Voorhand:
Schouder: Goed gehoekt.
Voorpoot: Recht.
Pols: Van voren gezien recht, van opzij licht hellend.
Voeten: Ovaal.
Nagels: Zwart, maar kan lichter zijn al naar gelang de vachtkleur.

Acterhand:
Dijen: Goed ontwikkeld met goed gehoekte knieën.
Hakken: Krachtig en laagstaand.
Middenvoet: Recht en parallel van achter gezien.
Voeten: Ovaal.

Gangwerk:
Reikende gang, met minimale beweging van het lichaam. Parallele gang bij normale snelheid. Van voren gezien bewegen de voorpoten recht op en neer, zodat schouder, elleboog en pols ongeveer op één lijn liggen. Van achter gezien liggen heup en knie ongeveer op één lijn. Beweging in een rechte lijn zonder de voeten naar binnen of buiten te bewegen, zodat de tred lang en de voortstuwing krachtig is. De algemene indruk van een lopende hond is vloeiend met een goed gebalanceerd ritme.

Vacht:

Haar: Kort en glad. De ridge op de rug wordt gevormd door haar dat in tegengestelde richting ten opzichte van de rest van de vacht groeit. Hij moet duidelijk te onderscheiden zijn van de rest van de vacht. Verschillende vormen en lengtes van de ridge zijn toegestaan, maar hij moet wel symetrisch aan beide zijden van de ruggengraat zijn en binnen de breedte van de rug vallen. Kronen aan de kop van de ridge zijn acceptabel.

Kleur: Effen kleur; Rood, Zwart, Blauw en Isabella. Een zwart masker is gewenst bij rode honden.

Huid: Zacht, fijn en strak. Geen huidkwab aan de hals.

Afmeting:

De ideale schofthoogtes zijn:
Reuen: 56 - 61 cm (22 - 24 inches)
Teven: 51 - 56 cm (20 - 22 inches)
Er is een tolerantie van plus of minus 2,5 cm (1 inch)

Fouten:

Elke afwijking van voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd, hoezeer de fout meeweegt moet in verhouding staan tot de ernst van de afwijking en hoe deze de gezondheid en het welzijn van de hond beïnvloedt.

Diskwalificerende fouten:

N.B.