T R C N

De Thai Bangkaew Dog

Omschrijving van het ras

De Thai Bangkaew is ontstaan in het gelijknamige dorp in centraal Thailand, nabij Phitsanulok. Naar verluid kreeg de derde abt, Luang Puh Maak Metharee, van de tempel Wat Bangkaew een drachtige teef van een oude inwoner van het dorp. Omdat er geen andere honden in de buurt waren werd aangenomen dat ze was gedekt door een Gouden Jakhals of een Aziatische Wilde Hond.
De pups die werden geboren; 4 teefjes, werden allen grootgebracht door de abt. Genetisch onderzoek heeft inmiddels aangetoond dat de vader inderdaad een Gouden Jakhals is geweest.

Deze honden vermengeden zich met een klein aantal honden dat door andere mensen meegebracht was. Door de ligging tussen twee rivieren die in het regenseizoen het dorp van de buitenwereld afsloten en omdat de teven juist alleen in die periode loops werden is het ras Thai Bangkaew Dog door inteeld binnen deze groep ontstaan. Later is door selectieve teelt het uiterlijk van het ras verder vastgelegd.
Tot ongeveer tien jaar geleden werd het ras alleen in Thailand gefokt en stonden er best zware straffen op als er honden van dit ras buiten Thailand werden verkocht, tot gevangenisstraffen van vijf jaar toe! Inmiddels zijn ze ook buiten Thailand te vinden, zij het mondjesmaat...

De Gouden Jakhals, Canis aureus.

De Thai Bangkaew is een compacte, vierkant gebouwde hond. Het is goed geproportioneerd, met een soepele tred. De dubbele vacht bestaat uit een korte, wollige ondervacht met langere dekharen. De vacht is langer en dikker rondom de nek en vormt daar een kraag, duidelijker aanwezig bij de reuen dan bij de teven. De pluimstaart wordt met een matige boog over de rug gedragen. Het ras is wit met over het hele lijf vlekken in rood, grijs, bruin of zwart, in een grote variëteit aan patronen. De ogen dienen wel atijd omsloten te zijn door kleur.

De Thai Bangkaew is een primitief ras; intelligent, maar ook zelfstandig en wel eens koppig. Dat maakt ze niet altijd makkelijk te trainen. De training dient consequent te zijn en afwisselend, omdat dit ras zich anders snel gaat vervelen. Het is een atletische, behendige en robuste hond. Een alerte, loyale gezinshond, maar terughoudend naar vreemden, niet agressief, maar wel waaks. Bezoek wordt luidkeels aangekondigd. Naar andere honden en onderling kunnen ze echter wel zeer moeilijk zijn, zeker waar het voer betreft dulden ze geen concurrentie. Een goede socialisatie is van groot belang!
Het is zeker geen ras voor een onervaren liefhebber.

De rasstandaard

FCI rasstandaard, nummer 358, datum van eerste publicatie: 14 april 2011

Land van oorsprong: Thailand

Gebruik: gezelschapshond.

FCI classificatie:

Groep 5 - Spitsen en oertypen
Sectie 5 - Aziatische spitsen en verwante rassen zonder werkproef

Korte historische samenvatting:

De Thai Bangkaew Dog is een oud ras dat stamt uit het dorp Bangkaew, in het Thanang-ngam gebied in het Bang-rakam district van de provincie Phitsanulok in Thailand. Het ras vindt zijn oorsprong in een kruizing tussen de zwarte-witte hond van de locale, Buddhistische abt en een wilde hond. In 1957 is door selectieve fok uit enkele nesten het hedendaagse ras ontstaan. De Thai Bangkaew Dog wordt gezien als een kostbaar erfgoed van de provincie Phitsanulok en werden ook door de hele provincie veelvuldig gefokt. Inmiddels is het ras zo bekend door het hele land dat het in heel Thailand wordt gefokt.

Algemeen uiterlijk:

Een hras met een vierkante bouw, goed geproportioneerd, nooit laag op de poten, met een tamelijk brede en diepe borst. Het heeft een dubbele vacht, die een kraag rond de nek en schouders behoort te vormen, met een pluimstaart, meer geprononceerd in reuen dan teven. Reuen hebben ook meer boning dan teven.

Belangrijke verhoudingen:

Lengte van het lichaam : schofthoogte = 1 : 1
Lengte van de poten iets langer dan de diepte van de borst.

Gedrag / Temperament:

Alert, intelligent, loyaal, waaks en gehoorzaam. Het ras is makkelijk te trainen. Ze kunnen wat terughoudend naar vreemden zijn.

Hoofd:

Schedel: De schedel is wigvormig, tamelijk breed, maar niet grof en in verhouding tot het lichaam.
Stop: Duidelijk aangegeven, maar gematigd.
Neus: Zwart en in verhouding tot de snuit.
Snuit: Van gemiddelde lengte, breed aan de basis en spits toelopend naar de neus. De neusbrug behoort recht te zijn.
Lippen: Aansluitend met donkere en volledige pigmentering.
Kaken/Gebit: Boven- en onderkaak zijn sterk met volledig gebit. Schaargebit, tanggebit wordt getolereerd.
Ogen: Gemiddelde grootte, amandelvormig. De kleur is zwart of donker bruin.
Oren: Klein, in verhouding tot de schedel, tamelijk hoog geplaatst, maar niet te dicht bij elkaar, driehoekig met de toppen light gepunt, opstaand en naar voren hellend.
Nek: Krachtig, gespierd, soepel overgaand in de schouders, trotse houding.

Lichaam:

Rug: Krachtig en recht.
Lendenen: Krachtig en breed.
Kruis: Matig hellend.
Borst: Tamelijk breed en diep, reikend tot de ellebogen. De ribben zijn goed gebogen, maar niet tonvormig.
Onderlijn: De buik is weinig opgetrokken.
Staart: Gemiddelde lengte, goed lang behaard, dik aan de basis, goed geplaatst en met een lichte boog over de rug gedragen.

Ledematen:

Voorhand:
Schouder:Matig gehoekt.
Bovenarm: In balans met de hoeking van de schouder.
Onderarm: Recht en krachtig, parallel van voren gezien.
Pols: Kort, licht hellend.
Voeten: Rond, gebogen en compact.

Acterhand:
Dijen: Hoeking in balans met die van de voorhand, krachtig en goed gespierd.
Knie: Goed gehoekt.
Hakken: Krachtig en laagstaand.
Middenvoet: Loodrecht op de grond, van achter gezien.
Voeten:Rond, gebogen en compact.

Gangwerk:
Flexibele en krachtige beweging, goed uitgrijpend en stuwend, maar nooit overdreven, de rug rechthoudend met een trotse houding van hoofd en staart. Voor- en achterpoten parallel, naar binnen neigend bij hogere snelheid.

Vacht:

Haar: Dubbele vacht. Dekhaar is recht en dik, de ondervacht zacht en dicht. Van gemiddelde lengte op het lijf, langer rond nek en schouders, een kraag vormend die meer uitgesproken is bij de reuen. De achterkant van de voorpoten hebben vlaggen die afnemen naar de pols toe. De achterkant van de achterpoten hebben lang haar tot aan de hakken. De vacht mag nooit zo lang worden dat hij de lichaamsvorm verdoezelt. De vacht is kort op de kop en de voorkant van de poten.

Kleur: Wit met duidelijk gedefinieerde vlekken. In elke tint van ‘lemon’, rood, fawn, tan of grijs, met of zonder zwarte toppen van de haren, tot gelijkend op driekleur. Ook in wit met zwarte vlekken.
Elke vorm en verdeling van de vlekken is toegestaan, maar symmetrisch op het hoofd, de ogen en oren omsluitend heeft de voorkeur, met of zonder donker masker, bij voorkeur met wit om de snuit. Lichte ticking in het wit is toelaatbaar bij een verder excellent exemplaar.

Afmeting:

De ideale schofthoogtes zijn:
Reuen: minimaal 46 cm, maximaal 55 cm.
Teven: minimaal 41 cm, maximaal 50 cm.

Fouten:

Elke afwijking van voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd, hoezeer de fout meeweegt moet in verhouding staan tot de ernst van de afwijking en hoe deze de gezondheid en het welzijn van de hond beïnvloedt.

Ernstige fouten:

Diskwalificerende fouten:

N.B.